Bondslied

Aan Maas, Amstel, Spaarne, langs 't Hollandsche strand,
Den Haag, Zwolle, door heel Nederland,
Van 't Oosten naar 't Westen, van Zuid tot de Noord,
Klinkt luide ons Bondslied, door velen gehoord.
Aan zee, in rivieren, aan gracht, vaart of vliet,
Waar of men een zinkenden drenkeling ziet.
Een Bondslid is dapper en vreest geen gevaar,
Maar staat steeds tot redden en helpen weer klaar.

De Bondsleden zwemmen en duiken heel vlug,
En leren het redden op borst en op rug.
Zij kennen het vervoer van een drenkeling goed
En ook hoe men zich daarvan vrijmaken moet.
Zij hebben bij 't oefenen zich duchtig geweerd
En daarbij het werk in de puntjes geleerd.
De mannen en vrouwen in onzen Bond vereend;
Zij vormen een leger dat hulpe verleent.

Een dokter toont hoe men Silversteren moet.
Laborde en Schaeffer, dat leert men ook goed.
Een drenkeling verzorgen en 't leggen van verband,
Voor 't helpen bij ongeval te water of te land.
Zoo haalt men diploma's, eerst A, B en C,
En 't Kustwachtbrevet voor wie werken aan zee.
De Bond vormt voor alle Brigades een band;
In steden, aan zee en ook op 't platte land.