Achtergrond

Dé aanleiding voor de Nederlandse regering om een nationale rampenvloot in het leven te roepen was de watersnoodramp van 1953. Die eiste honderden slachtoffers in de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De oprichting van de Nationale Rampenvloot werd mogelijk dankzij financiering vanuit het Nationaal Rampenfonds (NRF).

Achtergrond

Met ingang van 1995 kreeg Reddingsbrigade Nederland een structurele bijdrage vanuit de Rijksoverheid. Hiermee werd gegarandeerd dat 90 eenheden (vletten) - 24 uur per dag, zeven dagen in de week - beschikbaar waren voor inzet. Een aantal van deze vaartuigen werd in bruikleen gestald bij lokale reddingsbrigades en een aantal lag in opslag in een depot in Wijk bij Duurstede. De eerste grootscheepse inzet van de Nationale Rampenvloot vond plaats in 1993 bij de watersnood in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. Ook in 1995 en 1998 werden de eenheden ingezet bij overstromingen in zuidelijk Nederland.

Overeenkomst
In 2010 is voor een periode van vijf jaar een overeenkomst afgesloten met het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Nationale Rampenvloot werd hiermee overgeheveld van het Rijk naar de veiligheidsregio's. Er kwamen 75 eenheden in bruikleen bij aangewezen reddingsbrigades. In 2012 werd de naam Nationale Rampenvloot veranderd in Nationale Reddingsvloot (NRV). Deze kan worden ingezet bij overstromingen, maar ook bij andere watergerelateerde calamiteiten of ten behoeve van evenementen.

Veiligheidsregio's
In 2016 en 2017 werd de overeenkomst met het ministerie (nu geheten Justitie en Veiligheid) verlengd en werd het voorstel ontwikkeld om te komen tot een toekomstbestendige regionale reddingsvloot, die nationaal opschaalbaar is. Deze moest komen te vallen onder de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio's. Het besluit om te komen tot een regionaal opgebouwde NRV werd in juni 2017 genomen. Reddingsbrigades, verzameld in Reddingsbrigade Nederland, werkten met de betrokken veiligheidsregio's samen om de NRV handen en voeten te geven. Het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) treedt sindsdien op als aanspreekpunt voor de veiligheidsregio's. In 2018 was de NRV-nieuwe-stijl een feit. Het ministerie stelt alleen nog middelen ter beschikking voor de centrale coördinatie. De veiligheidsregio's zijn verantwoordelijk voor het operationeel houden van de noodzakelijke vaartuigen en werken daarin samen met lokale reddingsbrigades.