Over Hogere Bondsopleidingen


De hogere bondsopleidingen zijn opleidingen voor brigade- en bondskader. Het gaat daarbij vooral om technisch kader, maar er zijn ook onderdelen in de opleidingen die ingaan op organisatorische en bestuurlijke aspecten.
De hogere bondsopleidingen zijn ingedeeld binnen de 5 niveaus die gehanteerd worden in het beroepsonderwijs en de Europese Unie. Ieder niveau kent een bepaalde mate van verantwoordelijkheid. De sportbonden hebben samen met NOC*NSF (Nationaal Olympisch Comité * Nationale sport federatie) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de basis voor de nieuwe indeling gemaakt (kwalificatiestructuur sport), waardoor landelijke erkenning van de opleidingen en uitwisseling met het onderwijs beter mogelijk werd. De KNBRD heeft de hogere bondsopleidingen zodanig herzien dat ze ook passen binnen de kwalificatiestructuur sport. Een grove indeling van deze structuur vind je in onderstaande tabel.

Niveau
Hogere bondsopleidingen
Instructiekader
Wedstrijdkader
Begeleiding en beoordeling
4

Praktijkbegeleider

Leercoach, beoordelaar
3
Instructeur Trainer Examinatoren
2
Assistent-instructeur Assistent-trainer
1

Zoals je ziet is niveau 1 niet ingevuld. Dit zal op termijn wel gebeuren, maar wordt voorlopig nog open gelaten. Voor de meest actuele en volledig correcte indeling kunt u kijken in de Opleidings- en Examenregeling. Kijk op www.reddingsbrigade.nl/servicedesk en zoek naar ‘OER’ voor die regeling.

Uitgangspunt van de hogere bondsopleidingen is dat deze aansluiten op de manier van leren van de kandidaten. Het gaat er niet om dat iedereen hetzelfde kunstje kan (les geven), maar juist dat iedereen een bijdrage heeft aan het uiteindelijke doel (een geslaagde cursist). Om dit te bereiken is het opleidingstraject als volgt ingericht:

  • Competentiegericht
    Het gaat er om, dat kandidaten zowel vaardigheden, kennis als houding geïntegreerd leren. Dit houdt in dat kandidaten vooral in de praktijk leren (vaardigheden), dat ze een houding ontwikkelen die past bij het lesgeven en dat ze hun kennis daarbij gebruiken.
  • Flexibel voor de kandidaat
    Kandidaten hebben veel dingen te doen, niet alleen binnen de brigade, maar vaak ook op school, in hun werk en in hun privéleven. Dit vraagt om een flexibele opleiding, waarbij kandidaten zelf het tempo kunnen bepalen. Is school even belangrijk, dan kiezen ze op dat moment voor school. Op een ander moment hebben ze tijd voor het leren en afronden van een onderdeel van de instructeuropleiding. Het moment waarop kandidaten examen doen is flexibel. Ze moeten niet de volledige opleiding doen, ze kunnen ook delen afsluiten (maar ontvangen dan geen diploma). Ook het opleidingstraject kan korter of langer zijn. De een komt van de PABO en hoeft over lesgeven niets meer te leren. In die situatie is het opdoen van ervaring in het lesgeven in een zwembad voldoende.


[1] Deze opleiding is ten tijde van deze druk nog in ontwikkeling, de naam kan nog veranderen.